Wol en garen kiezen
Het juiste garen maakt of breekt je breiwerk. Maar met al die diktes, materialen en merken zie je makkelijk door de bomen het bos niet meer. In deze complete gids leer je welke garendikte bij welk project past, waarin de materialen verschillen, hoe je een garenbandje leest en hoeveel wol je nodig hebt.
Wat is het verschil tussen wol en garen?
De woorden "wol" en "garen" worden vaak door elkaar gebruikt, maar er is een subtiel verschil. Garen is het overkoepelende woord voor alle draad om mee te breien of haken, ongeacht het materiaal. Wol verwijst strikt genomen naar garen van dierlijke vezels, meestal van het schaap. In de volksmond noemen we echter bijna alle breigaren "wol", ook al is het van katoen of acryl gemaakt.
Voor jouw keuze zijn twee dingen bepalend: de dikte van het garen (die bepaalt hoe je werk aanvoelt en welke naald je gebruikt) en het materiaal (dat bepaalt warmte, gevoel, onderhoud en prijs). We lopen ze allebei door.
Garendiktes van dun naar dik
De dikte van je garen bepaalt hoeveel steken er in een centimeter gaan en welke naalddikte erbij past. Internationaal worden Engelse termen gebruikt (fingering, DK, worsted). Dit zijn de meest voorkomende diktes, met de bijbehorende naalddikte als richtlijn.
| Dikte | Naalden | Geschikt voor |
|---|---|---|
| Lace (heel dun) | 2 – 3 mm | Fijne sjaals, kanten omslagdoeken |
| Sokkenwol / fingering | 2,5 – 3,5 mm | Sokken, fijne truien |
| Sport | 3 – 4 mm | Babykleding, lichte truien |
| DK (middeldik) | 4 – 4,5 mm | Truien, vesten, mutsen |
| Aran / worsted | 4,5 – 5,5 mm | Warme truien, dekens |
| Chunky (dik) | 6 – 8 mm | Snelle sjaals, dikke mutsen |
| Super chunky | 9 mm en dikker | Grove dekens, statement-stukken |
Werk je met een buitenlands patroon dat de lengte in yards of het gewicht in ounces geeft? Reken het snel om met onze brei-tools. Meer over de naalden zelf lees je in de gids breinaalden kopen.
Van welk materiaal is garen gemaakt?
Het materiaal bepaalt hoe je werk aanvoelt, hoe warm het is en hoe je het onderhoudt. Dit zijn de belangrijkste soorten.
Schapenwol & merino
Warm, elastisch en vergevingsgezind — de klassieker. Gewone schapenwol kan wat prikken; merinowol is extra fijn en zacht en kriebelt niet, waardoor het ideaal is voor kleding op de blote huid. Wol houdt warm, ook als het licht vochtig is.
Alpaca, mohair & kasjmier
Luxe dierlijke vezels. Alpaca is superzacht en nog warmer dan wol, met een mooie glans. Mohair geeft een luchtig, haziig laagje. Kasjmier is ongekend zacht maar prijzig. Deze vezels zakken soms wat uit, dus houd daar rekening mee bij grotere stukken.
Katoen, linnen & bamboe
Plantaardige vezels, koel en stevig — perfect voor zomerkleding, badstofdoekjes en tassen. Ze zijn minder elastisch dan wol, dus houd je spanning gelijkmatig. Katoen is stevig en wasbaar; linnen wordt zachter met elke wasbeurt; bamboe valt soepel en glanst mooi.
Acryl & mengsels
Synthetisch garen: betaalbaar, machinewasbaar en verkrijgbaar in elke denkbare kleur. Ideaal om mee te oefenen of voor kleding die vaak in de was moet. Vaak gemengd met wol (bijvoorbeeld 50/50) voor het beste van twee werelden: warmte én gemak.
Een garenbandje lezen
Op het papieren bandje om elke bol staat alle informatie die je nodig hebt. Leer die symbolen lezen en je koopt nooit meer het verkeerde garen. Let vooral op deze punten:
Lengte per bol — hoeveel meter garen erop zit. Belangrijker dan het gewicht om te berekenen hoeveel bollen je nodig hebt, want dik garen weegt zwaarder per meter.
Aanbevolen naalddikte — vaak weergegeven als een klein naaldsymbool met een getal in mm. Een prima startpunt, dat je met een proeflapje verfijnt.
Stekenverhouding (gauge) — hoeveel steken en rijen er in een lapje van 10 × 10 cm gaan. Hiermee vergelijk je of jouw garen bij een patroon past.
Wasvoorschrift — de bekende wassymbolen vertellen of het garen in de machine mag, op welk programma, en of je het mag drogen en strijken.
Batch- of kleurnummer (dye lot) — koop altijd bollen met hetzelfde batchnummer, zodat de kleur exact gelijk is. Tussen partijen kunnen minieme kleurverschillen zitten die in je werk opvallen.
Hoeveel wol heb ik nodig?
Reken altijd op basis van de benodigde meters, niet het gewicht. In je patroon staat hoeveel meter je in totaal nodig hebt; deel dat door het aantal meters per bol (van het bandje) en je weet hoeveel bollen je koopt. Koop liever één bol te veel dan te weinig — bijkopen uit een andere batch kan een kleurverschil geven.
Grove richtlijnen: een sjaal vraagt ongeveer 200 gram, een muts 100 gram, een paar sokken 100 gram en een volwassen trui 400 tot 600 gram, afhankelijk van de maat en garendikte.
Maak altijd een proeflapje
Wil je dat je trui straks past? Brei dan eerst een proeflapje van minstens 10 × 10 cm in de steek van je patroon, en tel je steken en rijen. Komt dat niet overeen met de gauge in het patroon, kies dan een dunnere naald (als je te weinig steken hebt) of een dikkere (als je er te veel hebt). Deze vijf minuten besparen je later veel teleurstelling. Reken de benodigde steken uit met onze stekencalculator.
Garen bewaren
Bewaar je wol droog, donker en luchtig, uit de buurt van vocht. Dierlijke vezels (wol, kasjmier, mohair) zijn kwetsbaar voor de kleermot; bewaar ze in een gesloten doos of zak, eventueel met een geurzakje van lavendel of cederhout dat motten afschrikt. Ruik je muffe geuren of zie je gaatjes, controleer dan meteen je hele voorraad.
Veelgestelde vragen over wol en garen
Nu de juiste naalden erbij
Je garen is gekozen — tijd voor de naalden die erbij passen. In onze naaldengids lees je welk type en welke dikte je nodig hebt.
Breinaalden kopen →