Sokken breien
Zelfgebreide sokken zijn misschien wel het lekkerste wat er is: ze passen precies, houden warm en gaan bij goede sokkenwol jaren mee. Ze lijken lastig, maar zodra je het principe doorhebt, brei je ze op de automatische piloot. In deze gids leer je de vier onderdelen van een sok — boord, schacht, hiel en teen — plus alles over sokkenwol, maten en de beroemde hiel keren.
Niveau
Gevorderd
Tijd
± 12 uur
Naalden
2,5 mm
Garen
Sokkenwol
De vier onderdelen van een sok
Elke sok bestaat uit vier delen die je van boven naar beneden breit: de boord (de elastische rand bovenaan), de schacht (het rechte stuk langs je scheenbeen), de hiel (de hoek waar je hiel in past) en de voet met teen. De hiel is het beroemde, ietwat magische onderdeel — dat is waar veel beginners tegenop zien, maar zodra je het één keer hebt gedaan, valt het reuze mee.
Sokken breien vraagt dat je in het rond kunt breien en kunt minderen. Beheers je dat nog niet, begin dan eerst met een sjaal en een muts. Daarna vallen sokken echt mee.
Sokkenwol: waarom die anders is
Sokken krijgen het zwaar te verduren: ze schuren de hele dag in je schoenen. Daarom gebruik je speciale sokkenwol, meestal een mengsel van ongeveer 75% wol en 25% nylon (polyamide). De nylon maakt het garen slijtvast, zodat je sokken niet snel gaten krijgen. Veel sokkenwol is bovendien 'superwash' behandeld, waardoor je de sokken gewoon in de wasmachine kunt wassen.
Kies bij voorkeur gemêleerde of gespikkelde sokkenwol: kleine oneffenheden in je steken vallen daarin nauwelijks op, wat prettig is voor je eerste paar. Meer over materialen lees je in onze gids over wol en garen.
Wat heb je nodig?
100 gram sokkenwol — genoeg voor één paar volwassen sokken.
Een set sokkennaalden van 2,5 mm, of één lange rondbreinaald voor de magic-loop-techniek.
Een wolnaald voor de teennaad en een steekmarkeerder.
Het patroon stap voor stap
Boord
Zet 60 steken op, verdeel ze gelijkmatig over je naalden en sluit rond (let op dat de opzetrand niet gedraaid ligt). Brei ongeveer 4 cm in boordsteek 1 om 1 voor een elastische boord die niet afzakt. 60 steken past een gemiddelde damesmaat; zie de tabel hieronder voor andere maten.
Schacht
Brei in tricotsteek (elke ronde recht) recht door tot de schacht ongeveer 15 cm lang is — of korter, als je liever enkelsokken maakt. Dit is een fijn, rustig stuk om op de automatische piloot te breien.
De hiel keren
Dit is het beroemde onderdeel. Je werkt nu alleen over de helft van je steken (de hielsteken), heen en weer in rijen in plaats van in het rond. Eerst brei je een hielflap van zo'n 5 cm. Daarna "keer" je de hiel met korte rijen: je breit telkens iets minder ver, mindert aan het uiteinde en draait, waardoor er een kommetje ontstaat. Tot slot neem je langs de zijkanten van de hielflap nieuwe steken op om de ronde weer te sluiten. Zo maak je de hoek waar je hiel precies in past.
Voet
Na het opnemen heb je tijdelijk meer steken. Minder die opgenomen steken aan weerszijden terug tot je oorspronkelijke aantal (de gehele "wig"), en brei de voet daarna recht door tot je ongeveer bij het begin van je kleine teen bent — meestal zo'n 5 cm voor het eind van je tenen.
Teen sluiten
Minder aan beide kanten van de sok gelijkmatig af (bijvoorbeeld elke tweede en daarna elke ronde) tot er nog een handjevol steken over is. Sluit de teen tot slot met de maassteek (Kitchener stitch) voor een platte, naadloze afwerking die niet in je schoen voelt. Werk de draden weg en breng je tweede sok op dezelfde manier.
Sokkenmaten: hoeveel steken en hoe lang?
Sokken moeten passen, dus de maat luistert nauwer dan bij een sjaal of muts. Deze tabel geeft een richtlijn voor sokkenwol op naalden van 2,5 mm. Meet de voetlengte (van hiel tot langste teen) en begin met de teen ongeveer 5 cm voor dat eind.
| Schoenmaat | Steken opzetten | Voetlengte |
|---|---|---|
| 34–37 | 56 steken | ± 22 cm |
| 38–41 | 60 steken | ± 24 cm |
| 42–45 | 64–68 steken | ± 27 cm |
Tips voor je eerste paar
Brei allebei de sokken tegelijk (bijvoorbeeld met twee bollen via magic loop) zodat ze even lang worden en je niet vastloopt in het "tweede-sok-syndroom".
Kies gemêleerde sokkenwol: kleine oneffenheden vallen daarin nauwelijks op.
Versterk de hiel en teen met een dunne draad extra (of speciale versterkingsdraad) als je snel gaten in je sokken sleet.
Veelgestelde vragen over sokken breien
Meer inspiratie
Bekijk onze andere gratis patronen of frissen je kennis van de steken en technieken op.